Definitieve regeling Wijninckx-bijdrage voor aanvullende pensioenen nu toch uit de startblokken
Premies voor de samenstelling van een aanvullend pensioen voor een loontrekkende werknemer (of zelfstandige bedrijfsleider) zijn onderworpen aan een sociale zekerheidsbijdrage van 8,86%.
Voor 'hoge' aanvullende pensioenen komt daar bovenop nog een
De schuldenaar van deze bijdrage is de inrichter. Meestal is de inrichter ook de werkgever. Bij een sectorplan daarentegen is bijvoorbeeld een sectoraal fonds de inrichter.
Hoe wordt de Wijninckx-bijdrage berekend?
Vanaf 1 januari 2012 tot 31 december 2018.
De Wijninckx-bijdrage was verschuldigd als de som van de
Wanneer het totaal van de gestorte bijdragen en premies (van werkgever en werknemer) hoger is dan 32.472 euro, betaalt de werkgever een bijdrage van 3% in 2018 (de oorspronkelijke bijdrage bedroeg 1,5%) op het deel dat dit bedrag overschrijdt. De bijzondere bijdrage wordt alleen berekend op het werkgeversdeel.
Vanaf 1 januari 2019.
De Wijninckx-bijdrage wordt niet meer berekend op basis van de stortingen. Het drempelbedrag wordt vervangen door de zogenaamde
Wanneer de Wijninckx-bijdrage betalen?
De pensioeninstellingen zullen uiterlijk op 31 augustus (in plaats van 30 juni in de overgangsfase) de gegevens meedelen aan de vzw SIGeDIS, de beheerder van de Databank Aanvullende Pensioenen van de tweede pijler (DB2P). SIGeDIS geeft dan uiterlijk op 31 oktober van elk bijdragejaar (in plaats van op 30 september) aan de inrichters de gegevens door voor de berekening en de betaling van de bijzondere bijdrage.
In oktober 2019 zullen de werkgevers en bedrijven voor het eerst een betalingsuitnodiging ontvangen op basis van de nieuwe regeling.
De bijdrage blijft
Een bijdrage wordt als betaald beschouwd op de dag waarop het bedrag op de rekening van de RSZ/RSVZ staat. Zodra de betalingstermijn is verstreken, rekent de RSZ/RSVZ een verhoging van 1% per maand aan op het gedeelte van de bijdrage dat niet tijdig wordt betaald. Dit gebeurt ambtshalve en zonder ingebrekestelling.